maandag 15 augustus 2011

Een lieverd.

Gisteren samen met Hans een terrasje opgezocht. Genietend zaten we in de lome avond voor ons uit te kijken. Uit een auto voor de verkeerslichten klonk weemoedige muziek. Dat is Subterraneans van David Bowie wist Hans me te vertellen. Hans is altijd een kei geweest in het verzamelen en reproduceren van allerlei nuttige, en nutteloze, feitjes, eens bewonderde ik hem om, wat ik zag als een teken van zijn brede belangstelling.

Naast ons zaten een man en een vrouw te praten, ik merkte dat Hans het gesprek nauwgezet volgde. Bijna meteen nadat ze, met een kus, afscheid van elkaar genomen hadden begon hij het opgevangen gesprek, met psychologische analyses en al, over me heen te storten. Hoe weet je nu zeker dat die vader een vrek is, je kent die mensen toch helemaal niet, vermaande ik hem. Ik voelde dat ik me opwond, zonder te weten waar dat precies vandaan kwam. De avond was verpest, ik baalde van mezelf, waarom moest ik daar nu weer op in hakken, en ook Hans was stilgevallen.

En toen ik vanmorgen wakker werd zat de agitatie nog steeds in mijn lijf, me in mijn bed omdraaidend werd ik me bewust van Hans, zijn onbeweeglijke lichaam dat als een zwaar warm dier naast me lag. Hoe komt het toch, bedacht ik, dat hij me soms totaal niet lijkt te begrijpen. Sinds hij zich verder in zijn werk bekwaamd heeft lijkt het wel alsof de waardering die hem daar ten deel valt iets met zijn karakter gedaan heeft, alsof hij, doordat hij vaker gelijk krijgt, zich niet meer hoeft af te vragen of zijn kijk op de zaken de juiste is, alsof alle twijfels in die bevestigingen zijn weggevaagd, en dat het gelijk dat hem daar gegeven wordt ook doorwerkt op de manier van omgaan, met de mensen ronddom hem. Niet dat hij wreed, gemeen, kortzichtig of onbeschoft is, maar het gebrek aan twijfel zorgt ervoor dat ik hem niet goed meer benaderen kan, of, eigenlijk, niet goed benaderen wil, omdat ik het gevoel heb niet gehoord te worden, ik voel me meer een probleem dat opgelost moet gaan worden dan als een ander mens die je probeert te ontmoeten.

Uiteindelijk ben ik, hoewel ik nog best slaperig was, maar opgestaan, omdat ik weet dat, als ik blijf liggen en doorsomberen, het weer zo'n melancholieke dag gaat worden die zich voorsleept en waarbij ik me geplaagd voel door een vreemde droefheid die zich niet goed verklaren laat. Nadat ik een rondje door het park gejogd had voelde ik me stukken beter en toen ik thuiskwam had Hans de onbijttafel al gedekt en hebben we heerlijk samen ontbeten, eigenlijk is het toch wel een lieverd...

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.