zondag 18 december 2011

Verdwenen kilometers

Vier dagen verder en nog steeds geen bericht van Hans.
De ingeschakelde politie heeft het raadsel enkel groter gemaakt, ze menen dat Hans zijn auto is gezien op een tankstation tussen Berlijn en Hannover. Maar wat het nog vreemder maakt, niet in de richting van Nederland, maar in de richting van Berlijn. Of Hans zelf in de auto heeft gezeten daar kon men geen zekerheid over verschaffen.. Het was wel een BP station en daar heeft Hans een internationale tankpas van. Ik haal me van alles in het hoofd en elk detail schijnt een waarde te hebben om mijn vermoedens naar een of andere werkelijkheid om te kunnen vormen.

Ondertussen is het al zes dagen geleden dat men iets van hem gehoord heeft, of eigenlijk vijf, ik ben degene die hem vijf dagen gelden voor het laatst over de telefoon gesproken heeft. In mijn gedachten probeer ik dat telefoongesprek na te spelen, me een teken te herinneren. Er is niets dat ik me werkelijk nog kan herinneren enkel dat Hans graag weer naar huis wilde komen, waarom is hij er dan niet, er moet hem bijna iets overkomen zijn.

Ik voel me tekort schieten omdat ik me niets woordelijks van zijn laatste gesprek kan herinneren, niets van de klank van zijn stem. Het knagende schuldgevoel omdat ik niets heb kunnen oppikken uit dat gesprek, ben ik dan echt zo onoplettend in het contact met Hans dat ik alles voor lief neem zonder echt te luisteren naar die andere mens waar ik het grootste deel van mijn leven mee doorbreng..

zondag 4 december 2011

Een ander Berlijn

De tweede week van mijn tweede bezoek aan Berlijn, lang geleden was ik er al eens geweest met een vriendin. Een stad die altijd een vreemde indruk op me heeft nagelaten, de muziek van David Bowie en Brian Eno, de film Christiane F., het rode gevaar aan de andere kant van de muur, de losbandigheid van de twintiger jaren, de commentaren van Walter Benjamin, de boeken van Grahame Greene, Lou Reed's Berlin en de film 'The third man' alhoewel die zich in Wenen afspeelde heb ik het gezicht van Orson Welles zoals dat door het in de natte straten weerkaatste licht van onderaf belicht werd altijd met Berlijn geassocieerd. Een stad van verhalen Een artificiële omgeving alsof het geen werkelijkheid maar een strip, film of een verhaal betrof.

Het gure najaarsweer heeft de, toen, overvolle terrassen leeggevaagd en doordat ik in Kreuzberg in een hotel zit doorkruis ik nu andere delen van de stad die eerder voor me onbekend gebleven waren.

zondag 20 november 2011

Winter in Berlijn

Buiten het werk blijft er de laatste weken niet veel over. De nieuwe baan eist al mijn energie op, thuiskomen is zuchten, snel wat eten naar binnen werken en in de bank in slaap vallen. Ik krijg echter geen energie van de veranderingen, van de nieuwe mogelijkheden die zich aandienen. Het lijkt alsof iets zich bij me naar binnen heeft gevreten en zich daar aan me te goed doet, knagend laat het pijntjes pijn worden en overvalt het me regelmatig met een opkomende misselijkheid waartegen geen schreeuwen bestand meer is.

Binnenkort moet ik voor een of twee weken naar Berlijn; een project bij een nieuwe klant dat dreigt vast te lopen. Gijs keek me doordringend aan toen hij me erover vertelde. Niet dit project zelf was belangrijk, maar wel de nieuwe opdrachten die door het succes aangezogen zouden worden. Jij hebt de technische èn de sociale capaciteiten om dit tot een succes te maken. Tijdens het gesprek werd ik voor de eerste keer door de misselijkheid overvallen. Ik trachtte de smaak van bloed samen met de opkomende speekselvloed weg te slikken. Nu verdomme niet,vermaande ik me. Het duurde niet lang, Gijs had niets in de gaten, maar toen ik het kantoor uitliep spoelde het andermaal over me heen.

Ik werd overvallen door weerzin bij het vooruitzicht van de rol die me toebedeeld werd, de pluimstrijkerij, het je inhouden om de relatie niet te verstieren, alles in aanbidding voor de heilige koe 'resultaat'. Diep inademend kreeg ik me weer onder controle.
Waar was het jongetje gebleven dat vroeger op de boerderij tussen de dieren leefde. Opgenomen als ik was in het ritme van de seizoenen, de zomer met de prikkelende geur van hooi en het stof van het land waar je op je knieën doorheen kroop, de winter waarin mijn vader zijn lange leren jassen bovenop de dekens van mijn bed vleide om zo de warmte van mijn lijf langer vast te houden. Het gevoel van zwaarte was toen anders, het gaf bescherming en veiligheid en niet dat brandende dat je vanbinnen doet grauwen.

maandag 7 november 2011

Lelijk


Ik kom tot niets de laatste tijd. Gek, terwijl ik normaal altijd zoveel energie heb. Sinds ik aan m'n baantje begonnen ben - noodgedwongen, dat wel - ben ik 's avonds behoorlijk uitgeput. De hele dag voor museumwacht spelen lijkt ontspannend, maar is het zeker niet. Je moet je uren door zien te komen en je banjer continue door dezelfde ruimtes. Maar ik doe m'n best om er inspiratie uit te putten en heb me nu voorgenomen om verhaaltjes te noteren over de reacties van de bezoekers. Dit weekend waren er een paar vrouwen die samen stonden te kijken naar een schilderij van James Ensor - dat nu net in bruikleen is. Ze hadden het erover welk masker nu het lelijkst was op dat schilderij. Vond het wel verfrissend, in een wereld waarin van vrouwen altijd maar wordt verwacht dat ze zich om schoonheid bekommeren. Is lelijk niet gewoon een stuk interessanter dan mooi?

woensdag 2 november 2011

Winkeltje opgedoekt

Hans oogde vermoeid toen hij gisteren van zijn werk thuiskwam. Ik was zelf druk met het eten en eigenlijk ook niet in de stemming om gezeur aan te horen. Toen ik hem onder het eten echter, met zijn hoofd in zijn hand steunend lusteloos zijn eten kauwend, tegenover me zag zitten kon ik me echter niet meer inhouden. 'Een beetje meer enthousiasme voor wat ik op tafel gebracht heb' beet ik hem kortaf toe. Voor Hans waren die woorden het teken om los te barsten..

'Wat weet jij nu wat ik doormaak', grauwde hij. 'Alsof ik er dan wel de hele tijd met een uitgestreken lachend bij behoor te zitten, ik ken jou ook wel anders hoor!' Blijkt hij overgeplaatst te gaan worden naar een andere afdeling binnen het bedrijf, weg van de collega's die hij zo gemakkelijk kon imponeren, weg van die gemakkelijke stoel vanwaar hij, zoals hij me zo vaak pochend vertelde, zijn eigen winkeltje bestierde, even weer helemaal terug in het echte leven. Arme Hans, ik merkte wel dat hij eronder leed, hij was echt aangeslagen en had een bedroefde uitdrukking op zijn gezicht. Soms is het dan toch echt een kind schoot het door me heen.

Later op de avond ging ik nog even bij hem zitten om te zien hoe het hem ging, het ging wel. Ik besefte dat ik hem niet helemaal recht deed. Mensen hebben allemaal zo hun eigen manier om om te gaan met de plezierige en onplezierige verassingen die het leven biedt. Er zijn de opportunisten die, met als excuus de eeuwige positieve blik, meteen kijken naar wat er te winnen is, de cynici die erin slagen om alles te verbergen achter een 'ik heb het allemaal al eens eerder meegemaakt' gezicht, de boeddha's die geloven dat alles geaccepteerd, geïncorporeerd en geassimileerd dient te worden en dus uiteindelijk geen persoonlijke touch meer over houden. Dan heb ik toch liever nog met Hans te doen die, overvallen als hij is, een onbestemd gevoel in zichzelf voelt groeien en daar dan even in wegzakt om te achterhalen wat er nu in 'hemelsnaam' met hem aan het gebeuren is.

dinsdag 1 november 2011

Reorganisatie

Vandaag kreeg ik te horen dat mijn afdeling gereorganiseerd gaat worden. Natuurlijk is dit niet de eerste keer, en elke keer weer heb ik zo'n reorganisatie als een nieuwe kans kunnen zien. De groep mensen waar ik al jaren mee samenwerk zal uiteen gaan vallen. Ik was er al van op de hoogte dat er 'designs' bestonden en dus gewapend en voorbereid. De officiële aankondiging kon ik nog met cynisme buiten me houden, maar tijdens een later, uitgebreid en dus oppervlakkiger, presentatie voelde ik een gelatenheid opkomen die zich al snel, als een inktvlek in een glas water, door mijn hele lijf verspreidde totdat ik met een trage droefheid gevuld was.


Was het nu om het verlies van de mensen waarmee ik nu elke dag werk, het feit dat ik voor de eerste keer niets te kiezen had of dat ik in mijn nieuwe functie regelmatig naar het buitenland zal moeten reizen? En waarom was het me deze keer niet mogelijk om de positieve kant van de wisseling, die er zeker ook aanwezig is, te kunnen zien? Is het gedaan met mijn flexibele instelling? Misschien ben ik me tenslotte toch ook gaan verharden in een werkelijkheid die ik als een gegeven ben gaan beschouwen..

maandag 31 oktober 2011

Dood


Vannacht heftige droom gehad. Ik wist dat ik dood ging en dat het niet lang meer zou duren, hooguit nog een paar uur. In die uren takelde ik geleidelijk steeds verder af, het was alsof een stervensproces dat bij bijvoorbeeld een kankerpatiënt maanden kan duren en waarin hij of zij geleidelijk in een lopend lijk verandert, zich in de hoogste versnelling voltrok. Er was niets aan te doen. Het enige wat ik nog kon doen was - als een olifant die de dood voelt aankomen - een plek zoeken waar ik rustig kon sterven. De droom had iets horror-achtigs, maar tegelijk iets geruststellends. Met het onafwendbare en de zekerheid dat ik wist wanneer het afgelopen was - daar heb ik nu geen idee van - kon ik me prima verzoenen.

woensdag 17 augustus 2011

Een heerlijke dag...

Vandaag was, gelukkig, weer een vrije dag en, omdat het zo'n mooi weer was na die sombere regenachtige dagen, ben ik de hele dag naar mijn volkstuintje geweest. Heerlijk om daar in de zon wat in de aarde rond te wroeten, die zware, donkere aardgeur op te snuiven die iets geruststellends heeft.

Rommelend in de tuin, enkel luisterend naar mijn eigen ademhaling, in de verte het vage geruis van de stad, word ik meestal ook heel rustig, of eigenlijk is rustig niet het goede woord, het is meer dat ik heel erg intern wordt, zodat alles van de afgelopen dagen nog eens door me heen gaat, zonder dat ik er heel erg door meegesleept wordt, meer met een soort van melancholieke gelatenheid, en ik in staat ben om er nog eens naar te kijken. Ik zie het dan op een andere manier kan mijn eigen, en andermans, onvolkomenheid, om op een goede manier duidelijk te maken wie je bent en wat je wilt, beschouwen zonder dat ik direct door de 'rode waas' overvallen wordt.

Mijn begin met Hans speelde ook weer door mijn  hoofd hoe we, allebei als uitzendkracht, elkaar bij hetzelfde bedrijf hebben leren kennen, hij erg verlegen, maar daaronder voelde ik een wereld van gevoelens, en ik wat uitgelatener. Was het in die tijd dat ik las wat iemand op een muur geschilderd had... 'shy man I love you in bed, because there's nothing better you can do than that'.
Het rare stel dat we vormden, hoe we, tussen de middag, samen op onze rug, in het lange gras langs het kanaal onze boterhammen opaten en niet konden ophouden met praten. Ik voel een glimlach als ik terugdenk aan hoe ze op het werk over ons geroddeld zullen hebben.. Hoe mooi het is om jong te zijn, nu lijkt dat voorbij, maar hoe komt dat dan toch?

Nou ja, eigenlijk ben ik niet zo'n geweldige volkstuinderin, voor sommige medevolkstuinders ben ik, denk ik, soms zelfs een doorn in het oog, de uien zijn doorgeschoten en staan in bloei en in het midden van de tuin, waar in het voorjaar nog aardbeien stonden, is, spontaan een groepje wilde teunisbloemen opgeschoten, kan ik er iets aan doen dat ik de bloemen van de doorgeschoten uien zo geweldig vind?

Om het goed te maken neem ik altijd een paar thermoskannen koffie en wat plastic bekers mee naar de tuin, en trakteer dan op een bakkie. 'Jaap', of Henk of Arend, een vreemde naam vind ik dat..., of wie er dan ook maar is, zeg ik dan, 'leg nu eventjes je spulletjes neer en kom even een bakkie doen'. En zij vinden dat ook gezellig hoor! En soms merk ik dan dat ze, in mijn afwezigheid, wat onkruid weggehaald hebben. Alhoewel ze daar erg voorzichtig mee zijn, ze kennen namelijk mijn rare voorkeuren voor bloeiend 'onkruid'.

Op zo'n doordeweekse dag is dat koffiemoment nog veel leuker, dan zijn het enkel oude, gepensioneerde, mannetjes die zijn niet zo opdringerig en hanig als de jonge kerels die ook een tuintje hebben. Als we dan, met een bekertje in de hand, rond de koffiekannen zitten, een eenvoudig gesprek over het weer of over hoe je het best de groente en het fruit doet groeien, dan voel ik me op een hele rare manier intens gelukkig en tevreden. 'Meisje', zeggen ze dan, ja voor hun ben ik nog een meisje, het is wat half in de veertig.., maar toch, terwijl ik het opschrijf voel ik een glimlach om mijn mond en in mijn borststreek, 'meisje, je moet hoog nodig wat aan die tomaten gaan doen' en geheid dat er dat een van die baasjes opstaat en het voordoet. Zo'n gelukkig moment is dat...

maandag 15 augustus 2011

Een lieverd.

Gisteren samen met Hans een terrasje opgezocht. Genietend zaten we in de lome avond voor ons uit te kijken. Uit een auto voor de verkeerslichten klonk weemoedige muziek. Dat is Subterraneans van David Bowie wist Hans me te vertellen. Hans is altijd een kei geweest in het verzamelen en reproduceren van allerlei nuttige, en nutteloze, feitjes, eens bewonderde ik hem om, wat ik zag als een teken van zijn brede belangstelling.

Naast ons zaten een man en een vrouw te praten, ik merkte dat Hans het gesprek nauwgezet volgde. Bijna meteen nadat ze, met een kus, afscheid van elkaar genomen hadden begon hij het opgevangen gesprek, met psychologische analyses en al, over me heen te storten. Hoe weet je nu zeker dat die vader een vrek is, je kent die mensen toch helemaal niet, vermaande ik hem. Ik voelde dat ik me opwond, zonder te weten waar dat precies vandaan kwam. De avond was verpest, ik baalde van mezelf, waarom moest ik daar nu weer op in hakken, en ook Hans was stilgevallen.

En toen ik vanmorgen wakker werd zat de agitatie nog steeds in mijn lijf, me in mijn bed omdraaidend werd ik me bewust van Hans, zijn onbeweeglijke lichaam dat als een zwaar warm dier naast me lag. Hoe komt het toch, bedacht ik, dat hij me soms totaal niet lijkt te begrijpen. Sinds hij zich verder in zijn werk bekwaamd heeft lijkt het wel alsof de waardering die hem daar ten deel valt iets met zijn karakter gedaan heeft, alsof hij, doordat hij vaker gelijk krijgt, zich niet meer hoeft af te vragen of zijn kijk op de zaken de juiste is, alsof alle twijfels in die bevestigingen zijn weggevaagd, en dat het gelijk dat hem daar gegeven wordt ook doorwerkt op de manier van omgaan, met de mensen ronddom hem. Niet dat hij wreed, gemeen, kortzichtig of onbeschoft is, maar het gebrek aan twijfel zorgt ervoor dat ik hem niet goed meer benaderen kan, of, eigenlijk, niet goed benaderen wil, omdat ik het gevoel heb niet gehoord te worden, ik voel me meer een probleem dat opgelost moet gaan worden dan als een ander mens die je probeert te ontmoeten.

Uiteindelijk ben ik, hoewel ik nog best slaperig was, maar opgestaan, omdat ik weet dat, als ik blijf liggen en doorsomberen, het weer zo'n melancholieke dag gaat worden die zich voorsleept en waarbij ik me geplaagd voel door een vreemde droefheid die zich niet goed verklaren laat. Nadat ik een rondje door het park gejogd had voelde ik me stukken beter en toen ik thuiskwam had Hans de onbijttafel al gedekt en hebben we heerlijk samen ontbeten, eigenlijk is het toch wel een lieverd...