woensdag 17 augustus 2011

Een heerlijke dag...

Vandaag was, gelukkig, weer een vrije dag en, omdat het zo'n mooi weer was na die sombere regenachtige dagen, ben ik de hele dag naar mijn volkstuintje geweest. Heerlijk om daar in de zon wat in de aarde rond te wroeten, die zware, donkere aardgeur op te snuiven die iets geruststellends heeft.

Rommelend in de tuin, enkel luisterend naar mijn eigen ademhaling, in de verte het vage geruis van de stad, word ik meestal ook heel rustig, of eigenlijk is rustig niet het goede woord, het is meer dat ik heel erg intern wordt, zodat alles van de afgelopen dagen nog eens door me heen gaat, zonder dat ik er heel erg door meegesleept wordt, meer met een soort van melancholieke gelatenheid, en ik in staat ben om er nog eens naar te kijken. Ik zie het dan op een andere manier kan mijn eigen, en andermans, onvolkomenheid, om op een goede manier duidelijk te maken wie je bent en wat je wilt, beschouwen zonder dat ik direct door de 'rode waas' overvallen wordt.

Mijn begin met Hans speelde ook weer door mijn  hoofd hoe we, allebei als uitzendkracht, elkaar bij hetzelfde bedrijf hebben leren kennen, hij erg verlegen, maar daaronder voelde ik een wereld van gevoelens, en ik wat uitgelatener. Was het in die tijd dat ik las wat iemand op een muur geschilderd had... 'shy man I love you in bed, because there's nothing better you can do than that'.
Het rare stel dat we vormden, hoe we, tussen de middag, samen op onze rug, in het lange gras langs het kanaal onze boterhammen opaten en niet konden ophouden met praten. Ik voel een glimlach als ik terugdenk aan hoe ze op het werk over ons geroddeld zullen hebben.. Hoe mooi het is om jong te zijn, nu lijkt dat voorbij, maar hoe komt dat dan toch?

Nou ja, eigenlijk ben ik niet zo'n geweldige volkstuinderin, voor sommige medevolkstuinders ben ik, denk ik, soms zelfs een doorn in het oog, de uien zijn doorgeschoten en staan in bloei en in het midden van de tuin, waar in het voorjaar nog aardbeien stonden, is, spontaan een groepje wilde teunisbloemen opgeschoten, kan ik er iets aan doen dat ik de bloemen van de doorgeschoten uien zo geweldig vind?

Om het goed te maken neem ik altijd een paar thermoskannen koffie en wat plastic bekers mee naar de tuin, en trakteer dan op een bakkie. 'Jaap', of Henk of Arend, een vreemde naam vind ik dat..., of wie er dan ook maar is, zeg ik dan, 'leg nu eventjes je spulletjes neer en kom even een bakkie doen'. En zij vinden dat ook gezellig hoor! En soms merk ik dan dat ze, in mijn afwezigheid, wat onkruid weggehaald hebben. Alhoewel ze daar erg voorzichtig mee zijn, ze kennen namelijk mijn rare voorkeuren voor bloeiend 'onkruid'.

Op zo'n doordeweekse dag is dat koffiemoment nog veel leuker, dan zijn het enkel oude, gepensioneerde, mannetjes die zijn niet zo opdringerig en hanig als de jonge kerels die ook een tuintje hebben. Als we dan, met een bekertje in de hand, rond de koffiekannen zitten, een eenvoudig gesprek over het weer of over hoe je het best de groente en het fruit doet groeien, dan voel ik me op een hele rare manier intens gelukkig en tevreden. 'Meisje', zeggen ze dan, ja voor hun ben ik nog een meisje, het is wat half in de veertig.., maar toch, terwijl ik het opschrijf voel ik een glimlach om mijn mond en in mijn borststreek, 'meisje, je moet hoog nodig wat aan die tomaten gaan doen' en geheid dat er dat een van die baasjes opstaat en het voordoet. Zo'n gelukkig moment is dat...

maandag 15 augustus 2011

Een lieverd.

Gisteren samen met Hans een terrasje opgezocht. Genietend zaten we in de lome avond voor ons uit te kijken. Uit een auto voor de verkeerslichten klonk weemoedige muziek. Dat is Subterraneans van David Bowie wist Hans me te vertellen. Hans is altijd een kei geweest in het verzamelen en reproduceren van allerlei nuttige, en nutteloze, feitjes, eens bewonderde ik hem om, wat ik zag als een teken van zijn brede belangstelling.

Naast ons zaten een man en een vrouw te praten, ik merkte dat Hans het gesprek nauwgezet volgde. Bijna meteen nadat ze, met een kus, afscheid van elkaar genomen hadden begon hij het opgevangen gesprek, met psychologische analyses en al, over me heen te storten. Hoe weet je nu zeker dat die vader een vrek is, je kent die mensen toch helemaal niet, vermaande ik hem. Ik voelde dat ik me opwond, zonder te weten waar dat precies vandaan kwam. De avond was verpest, ik baalde van mezelf, waarom moest ik daar nu weer op in hakken, en ook Hans was stilgevallen.

En toen ik vanmorgen wakker werd zat de agitatie nog steeds in mijn lijf, me in mijn bed omdraaidend werd ik me bewust van Hans, zijn onbeweeglijke lichaam dat als een zwaar warm dier naast me lag. Hoe komt het toch, bedacht ik, dat hij me soms totaal niet lijkt te begrijpen. Sinds hij zich verder in zijn werk bekwaamd heeft lijkt het wel alsof de waardering die hem daar ten deel valt iets met zijn karakter gedaan heeft, alsof hij, doordat hij vaker gelijk krijgt, zich niet meer hoeft af te vragen of zijn kijk op de zaken de juiste is, alsof alle twijfels in die bevestigingen zijn weggevaagd, en dat het gelijk dat hem daar gegeven wordt ook doorwerkt op de manier van omgaan, met de mensen ronddom hem. Niet dat hij wreed, gemeen, kortzichtig of onbeschoft is, maar het gebrek aan twijfel zorgt ervoor dat ik hem niet goed meer benaderen kan, of, eigenlijk, niet goed benaderen wil, omdat ik het gevoel heb niet gehoord te worden, ik voel me meer een probleem dat opgelost moet gaan worden dan als een ander mens die je probeert te ontmoeten.

Uiteindelijk ben ik, hoewel ik nog best slaperig was, maar opgestaan, omdat ik weet dat, als ik blijf liggen en doorsomberen, het weer zo'n melancholieke dag gaat worden die zich voorsleept en waarbij ik me geplaagd voel door een vreemde droefheid die zich niet goed verklaren laat. Nadat ik een rondje door het park gejogd had voelde ik me stukken beter en toen ik thuiskwam had Hans de onbijttafel al gedekt en hebben we heerlijk samen ontbeten, eigenlijk is het toch wel een lieverd...