woensdag 2 november 2011

Winkeltje opgedoekt

Hans oogde vermoeid toen hij gisteren van zijn werk thuiskwam. Ik was zelf druk met het eten en eigenlijk ook niet in de stemming om gezeur aan te horen. Toen ik hem onder het eten echter, met zijn hoofd in zijn hand steunend lusteloos zijn eten kauwend, tegenover me zag zitten kon ik me echter niet meer inhouden. 'Een beetje meer enthousiasme voor wat ik op tafel gebracht heb' beet ik hem kortaf toe. Voor Hans waren die woorden het teken om los te barsten..

'Wat weet jij nu wat ik doormaak', grauwde hij. 'Alsof ik er dan wel de hele tijd met een uitgestreken lachend bij behoor te zitten, ik ken jou ook wel anders hoor!' Blijkt hij overgeplaatst te gaan worden naar een andere afdeling binnen het bedrijf, weg van de collega's die hij zo gemakkelijk kon imponeren, weg van die gemakkelijke stoel vanwaar hij, zoals hij me zo vaak pochend vertelde, zijn eigen winkeltje bestierde, even weer helemaal terug in het echte leven. Arme Hans, ik merkte wel dat hij eronder leed, hij was echt aangeslagen en had een bedroefde uitdrukking op zijn gezicht. Soms is het dan toch echt een kind schoot het door me heen.

Later op de avond ging ik nog even bij hem zitten om te zien hoe het hem ging, het ging wel. Ik besefte dat ik hem niet helemaal recht deed. Mensen hebben allemaal zo hun eigen manier om om te gaan met de plezierige en onplezierige verassingen die het leven biedt. Er zijn de opportunisten die, met als excuus de eeuwige positieve blik, meteen kijken naar wat er te winnen is, de cynici die erin slagen om alles te verbergen achter een 'ik heb het allemaal al eens eerder meegemaakt' gezicht, de boeddha's die geloven dat alles geaccepteerd, geïncorporeerd en geassimileerd dient te worden en dus uiteindelijk geen persoonlijke touch meer over houden. Dan heb ik toch liever nog met Hans te doen die, overvallen als hij is, een onbestemd gevoel in zichzelf voelt groeien en daar dan even in wegzakt om te achterhalen wat er nu in 'hemelsnaam' met hem aan het gebeuren is.

dinsdag 1 november 2011

Reorganisatie

Vandaag kreeg ik te horen dat mijn afdeling gereorganiseerd gaat worden. Natuurlijk is dit niet de eerste keer, en elke keer weer heb ik zo'n reorganisatie als een nieuwe kans kunnen zien. De groep mensen waar ik al jaren mee samenwerk zal uiteen gaan vallen. Ik was er al van op de hoogte dat er 'designs' bestonden en dus gewapend en voorbereid. De officiële aankondiging kon ik nog met cynisme buiten me houden, maar tijdens een later, uitgebreid en dus oppervlakkiger, presentatie voelde ik een gelatenheid opkomen die zich al snel, als een inktvlek in een glas water, door mijn hele lijf verspreidde totdat ik met een trage droefheid gevuld was.


Was het nu om het verlies van de mensen waarmee ik nu elke dag werk, het feit dat ik voor de eerste keer niets te kiezen had of dat ik in mijn nieuwe functie regelmatig naar het buitenland zal moeten reizen? En waarom was het me deze keer niet mogelijk om de positieve kant van de wisseling, die er zeker ook aanwezig is, te kunnen zien? Is het gedaan met mijn flexibele instelling? Misschien ben ik me tenslotte toch ook gaan verharden in een werkelijkheid die ik als een gegeven ben gaan beschouwen..

maandag 31 oktober 2011

Dood


Vannacht heftige droom gehad. Ik wist dat ik dood ging en dat het niet lang meer zou duren, hooguit nog een paar uur. In die uren takelde ik geleidelijk steeds verder af, het was alsof een stervensproces dat bij bijvoorbeeld een kankerpatiënt maanden kan duren en waarin hij of zij geleidelijk in een lopend lijk verandert, zich in de hoogste versnelling voltrok. Er was niets aan te doen. Het enige wat ik nog kon doen was - als een olifant die de dood voelt aankomen - een plek zoeken waar ik rustig kon sterven. De droom had iets horror-achtigs, maar tegelijk iets geruststellends. Met het onafwendbare en de zekerheid dat ik wist wanneer het afgelopen was - daar heb ik nu geen idee van - kon ik me prima verzoenen.